Dominique Meeùs
Dernière modification le   
retour à la table des matièresau dossier marxisme

613.
Een front voor sociale vooruitgang, voor democratie, tegen imperialisme en voor vrede

Up: 61. Basisconcepten voor het klassesyndicalisme Previous: 612. Eisen op korte en lange termijn Next: 614. Vertrouwen in de massa

Het strijdsyndicalisme werkt op vier inhoudelijke assen, waarvoor het de hele vakbond probeert te winnen. De belangrijkste assen voor het vakbondswerk zijn de strijd voor sociale vooruitgang en voor democratie (tegen monopoliekapitaal en staatsmacht). Ze bepalen de directe levensomstandigheden van de werkende massa, de uitbuitings- en onderdrukkingsgraad. Ze hangen voornamelijk af van de krachtsverhoudingen tussen kapitaal en arbeid op nationaal vlak.

Het strijdsyndicalisme keert ook terug naar de echte geest van het proletarisch internationalisme en komt op voor de eenheid van alle werkers en volkeren ter wereld tegen het imperialisme. De strijd van de volkeren voor nationale bevrijding en voor volksdemocratie beschouwen strijdsyndicalisten als hun eigen strijd en ze bouwen dan ook een actieve solidariteit op. In de confrontatie tussen Noord en Zuid komen zij op voor de arme landen.

Sinds de Golfoorlog staat de vrede tenslotte nog meer dan vroeger in de aandacht van elke rechtgeaarde syndicalist. De hele oorlogsmachine van het imperialisme concentreert zich nu op het bestrijden van nationale bewegingen in de derde wereld, op mobiele interventieoorlogen om de strategische belangen en de aanwezigheid van het imperialisme in de p. 222wereld te verzekeren. De Europese politieke en militaire eenmaking onder Duitse leiding vormt een nieuwe bedreiging voor de vrede en de democratie.

Het belang om rond deze vier pijlers te werken in de vakbond en niet rond een of twee kan ook vanuit negatieve, historische ervaring aangetoond worden. Vóór de Tweede Wereldoorlog was er een totale afwezigheid van mobilisering in de vakbonden rond het probleem van de oorlogsdreiging. Tot vlak voor de Duitse inval kwamen op de vakbondsbesturen hoofdzakelijk routinekwesties aan bod. Het enige wat door de vakbondsleidingen in 1939 was voorbereid, was de vlucht naar het buitenland. Sommige vakbondsleiders zagen in de oorlog vooral een kans om de afzetgebieden van de ‘eigen’ industrie uit te breiden. De afwezigheid van mobilisering vóór de oorlog rond de thema’s van vrede en onafhankelijkheid heeft de collaboratie van sommige leiders gemakkelijker gemaakt en het tot stand komen van het verzet in de vakbonden bemoeilijkt. Daarom moet de actieve inzet van vele basisdélégués in de vredesbeweging toegejuicht worden. Net als de houding van sommige vakbondsleiders, zoals Georges Debunne, die indertijd regelmatig stelde. “Wat baat het over cao’s te gaan discussiëren als wij ons blindelings naar een oorlog zouden laten toedrijven.”6 In elke grote toespraak kwam hij terug op de thema’s van vrede, militarisering en oorlogsdreiging.

Ook de strijd voor democratie werd binnen de vakbonden in de jaren 30 totaal onderschat Zo kon een deel van de vakbondsleiding op sleeptouw worden genomen door de ideeën van Henri De Man voor een autoritaire Staat of door de pauselijke encycliek Quadragesimo Anno die onverbloemd het fascistische corporatisme ondersteunde. De onderschatting van de problemen van democratie en democratische rechten door de vakbondsleiding, is gebaseerd op hun blind geloof in de burgerlijke parlementaire democratie (‘de politieke democratie is verworven’). Sommigen zijn wel gemobiliseerd tegen de dreiging van fascistische groepen, maar zijn veel minder waakzaam voor de gevaren die de burgerlijke democratie van binnenuit bedreigen. Zo wordt veel te weinig aandacht besteed aan het rijkswachtoptreden bij conflicten, aan de opkomst van het racisme, aan de repressiearsenaal dat wordt opgebouwd onder het voorwendsel van ‘strijd tegen het terrorisme’ en aan de volmachten.

Het strijdsyndicalisme streeft naar een zo breed mogelijk front rond deze pijlers. Deze frontvorming heeft tot doel een zo groot mogelijke massa in beweging te brengen tegen de hoofdvijanden en zo de revolutionaire bewustwording te versnellen. Het front bouwt zich op in concentrische cirkels. De binnenste cirkel is het verenigde front van de arbeidersklasse. Daarrond ligt het front met de andere werkende lagen: bedienden, ambtenaren, sociale werkers, leraars, enz. In de loop van de klassenstrijd moet dit front zich uitbreiden tot andere kleinburgerlijke lagen en tot de onderste lagen van de burgerij om de aanvallen te concentreren op de monopolieburgerij. De enige permanente basis van het front is de vakbeweging. p. 223Daar zijn de werkende massa’s georganiseerd: de arbeiders, de bedienden, de ambtenaren, de intellectuele werkers, de sociale werkers. De vakbonden zijn de enige massaorganisaties van de werkende klasse. De vakbonden zijn de enige fundamentele basis van het front omdat zij de werkende massa omkaderen.

Notes
6.
Knack, 28 mei 1980.
Up: 61. Basisconcepten voor het klassesyndicalisme Previous: 612. Eisen op korte en lange termijn Next: 614. Vertrouwen in de massa