Dominique Meeùs
Dernière modification le   
retour à la table des matièresau dossier marxisme

524.
Strijdbare en revolutionaire délégués

Up: 52. Vakbondsoppositie en nieuwe vakbond Previous: 523. Corporatisme in opgang?

Revolutionairen hebben een eigen maatschappelijke visie en strategie waarvoor ze ijveren in de bedrijven, binnen de arbeidersorganisaties. Ze hebben een opvatting over de klassen en het kapitalistische staatsapparaat, waarop hun overtuiging berust dat het kapitalisme alleen langs revolutionaire weg verslagen kan worden.

Vele strijdbare krachten in de vakbonden delen bepaalde van die opvattingen zonder het volledig eens te zijn met de hele strategie. Er leeft een brede stroming in beide vakbonden die minstens onder een gemeenschappelijke noemer thuishoort: het strijdsyndicalisme. Men zou het ook klassesyndicalisme kunnen noemen: de klassenstrijd is de basis van de brede vakbondseenheid en het platform waarvoor strijdbare syndicalisten ijveren. Beide stromingen versterken mekaar omdat ze zich gelijklopend opstellen tegen de klassenverzoening, de integratie in het kapitalistische systeem en voor een maatschappij zonder uitbuiting.

Men heeft dikwijls geprobeerd een wig te drijven tussen het revolutionaire en het strijdsyndicalisme door de activiteit van communistische militanten voor te stellen als ‘kapellekespolitiek’ of ‘enge partijbelangen’. Strijdbare syndicalisten weten dat zij een enorme steun hebben aan het standvastige werk van marxistisch geschoolde vakbondsmilitanten. Het is al vaak gebleken dat het strijdsyndicalisme beter stand houdt als het kan steunen op een ruggengraat van klassebewuste délégués die een visie en een alternatief hebben.

De meest klassebewuste arbeiders of werkers moeten ernaar streven om de vakbond van onderuit te radicaliseren. Het is op de eerste plaats p. 199van hun syndicale délégués dat de massa’s een consequente verdediging van hun belangen verwachten. De posities van de délégués zijn vaak van doorslaggevend belang voor het op gang brengen en het slagen van de strijd. Hun standpunten in sociale en politieke kwesties (bijv. de strijd tegen het racisme) hebben een directe invloed op de massa. Zij staan in de beste positie om opvoeding te geven, om verkeerde ideeën te bekampen.

Délégués staan in dagelijks contact met de arbeiders en bedienden en worden dus ook voortdurend geconfronteerd met de verwachtingen en strijdverlangens van de basis. Als ze die negeren komen ze onder druk van de massa te staan en riskeren zij vroeg of laat hun aanhang te verliezen. Tenslotte zijn zij ook de enige kracht die binnen de vakbondsstructuren wezenlijke veranderingen kunnen afdwingen. Geen enkele vakbondsleider kan het gedurende lange tijd volhouden tegen de wil van de basisdélégués in.

Er zijn twee wegen om het strijdsyndicalisme te versterken. Soms kunnen délégués in functie overtuigd worden van de uitzichtloosheid van het reformisme en gewonnen worden voor het strijdsyndicalisme of voor een revolutionaire opstelling. Délégués die betrokken worden in belangrijke strijdbewegingen kunnen snel evolueren als hun ervaringen correct verwerkt worden. Délégués die volledig het vertrouwen van de massa’s hebben verloren, moeten vervangen worden. Het zou een grote vooruitgang zijn als de massa’s zich hierover vrij zouden kunnen uitspreken, door volledig democratische verkiezing van de syndicale délégués. Tot hiertoe gebeurt dit slechts uitzonderlijk. De steun van de massa is immers de enige fundamentele kracht om de vakbond van binnenuit terug gezond te maken, een nieuwe klassegeest in te blazen.

Up: 52. Vakbondsoppositie en nieuwe vakbond Previous: 523. Corporatisme in opgang?