Bibliographie générale

WIKINDX Resources

Demuynck, K., & Vandepitte, M. (2008). De factor fidel. Apeldoorn: Garant. 
Added by: admin (2009-01-27 19:01:52)   
Resource type: Book
ID no. (ISBN etc.): ISBN 978-90-441-2364-7
BibTeX citation key: Demuynck2008
View all bibliographic details
Categories: Marxisme, Politique
Keywords: Cuba, éthique, Fidel Castro
Creators: Demuynck, Vandepitte
Publisher: Garant (Apeldoorn)
Views: 1/1816
Views index: 42%
Popularity index: 10.5%
Quotes
p.113, Chapter 4. Liefde, ethiek en de kwestie van het geweld   ‘De ethiek als handelwijze is essentieel en een rijkdom die grenzeloos is. Het is de machtigste kracht waarover men kan beschikken.’(1)
   (1) Respectievelijk Ramonet I., op. cit., p. 142; Discurso, 9 augustus 2000.   Added by: admin
Comments:
Ci-dessous, je découpe le texte par alinéa pour pouvoir y attacher immédiatement les notes s’y rapportant et mes éventuels commentaires. Mais l’ensemble de ces citations constituent bien le texte intégral de la section 4.1. du chapitre 4.   Added by: admin  (2009-01-27 21:27:25)
p.113, Section 4.1. De marxistische traditie   ‘ “Het communisme schaf de eeuwige waarheden af, het schaft de godsdienst en de moraal af in plaats van er een nieuwe vorm aan te geven.” ’ Marx en Engels(2)
   (2) Marx K. & Engels F., Het Manifest van de Communistische Partij, in Marxistische Studies februari-maart 1998, 103-137 en 147-151, p. 124-5; http://www.marx.be/NL/ms_index.htm.   Added by: admin
p.113   Geen sociale theorie is zo waardegeladen als die van Marx en Engels. Hun geschriften zijn één aanklacht tegen onrecht en uitbuiting. Heel hun leven stond in dienst van één groot ideaal: de ontvoogding van de arbeiders, het einde van de uitbuiting en de vrijheid voor iedereen. Maar omwille van historische en wellicht ook filosofische(3) redenen kwam de ethische of utopische dimensie niet expliciet voor in hun geschriften. De belangrijkste reden daarvoor was dat ze hun ideeën ontwikkelden in polemiek met de utopische socialisten, zoals ze diverse socialistische stromingen van hun tijd beschreven. Het wetenschappelijk socialisme van Marx en Engels baseert zich op empirische feiten en historische wetmatigheden terwijl de utopische socialisten vertrokken van eeuwige waarden of wensdromen. Volgens Marx en Engels worden klassen of bevolkingsgroepen in de eerste plaats gedreven door klassenbelangen en niet door waarden of overtuigingen. Subjectieve strevingen of intenties spelen bij hen een ondergeschikte en onbelangrijke rol. Een nobele kapitalist die zijn arbeiders bijvoorbeeld een eerlijk en dus hoger loon zou willen uitbetalen, kan dit niet. De concurrentie verbiedt dat, hij zit gevangen in een economisch keurslijf.(4)
   (3) Eén van de meest fundamentele discussies in de Westerse filosofie betreft die tussen Kant en Hegel. Het gaat o.a. over het verband tussen Sein (het zijn, de realiteit) en Sollen (het behoren of hoe het zou moeten zijn, het ideale). Kant vertrekt van het ethisch imperatief: het Sollen (een set van tijdloze ethische richtlijnen en criteria) geeft richting aan het Sein (de realiteit), daarop moeten we ons handelen afstemmen. Sein en Sollen zijn sterk van elkaar onderscheiden. Hegel kiest daarentegen voor een dialectisch en historisch verband tussen beide. De historische realiteit (Sein) bevat in zich een dynamiek (creëren en overwinnen van tegenstellingen) die uit zichzelf tendeert naar het ideale (Sollen) en doorheen het leerproces van de geschiedenis dit uiteindelijk ook bereikt. Marx was een leerling van Hegel en heeft die dialectiek ‘vermaterialiseerd’: Voor hem is de motor van de geschiedenis niet het leerproces op het vlak van de ideeën maar de klassenstrijd. De ideeën (het bewustzijn) zijn een weerspiegeling van de historische realiteit (het zijn).
   Omdat Hegel het onderscheid verwerpt tussen Sein (domein van de historische realiteit) en Sollen (domein van de ethiek) is er sowieso al veel minder aandacht voor het uitwerken van een expliciete ethiek. Bij Marx verdwijnt dit helemaal.
   (4) ‘We moeten hier altijd veronderstellen dat het betaalde loon economisch gesproken eerlijk is, d.w.z. bepaald door de algemene economische wetten. De tegenstellingen moeten hier uit de algemene verhoudingen zelf volgen, niet uit de afzetterij van de individuele kapitalisten.’ Marx K., Grundrisse der Kritik der Politischen Ökonomie. (Rohentwurf), Berlin 1974, p. 329, vn.   Added by: admin
pp.113-114   Voor Marx en Engels komt het streven naar het socialisme niet voort uit een soort rechtvaardigheidsgevoel of de hang naar een ideale wereld. De wereld verandert niet door ideeën of een ideaal.(5) Het streven naar socialisme is het gevolg van de emancipatiestrijd van de arbeidersbeweging, die zelf uitgelokt wordt door de onverzoenlijke tegenstelling tussen de burgerij en het proletariaat. Het is doorheen die emancipatiestrijd dat de arbeidersbeweging zich bewust wordt van zijn vooraanstaande rol in de geschiedenis. Het socialisme is ook geen verre onbereikbare droom, een utopie of een ideaal, maar de uitkomst van de loop van de geschiedenis.
   (5) Karl Marx in het voorwoord van de tweede druk van Das Kapital: ‘Voor Hegel is het denkproces, dat hij onder de naam van Idee zelfs tot een zelfstandig subject herleidt, de schepper van het werkelijke, welke slechts het uiterlijke verschijnsel van dit proces vormt. Daarentegen is bij mij het ideële niest anders dan het in het menselijke brein getransponeerde, vertaalde materiële.’ Marx K., Het Kapitaal: Een kritische beschouwing over de economie, De Haan 1978, p. xxii.   Added by: admin
p.114   De architecten van het marxisme ontwikkelden geen ethiek; hun theorie gaat niet over goed en kwaad, maar over wat in de geschiedenis te gebeuren staat.(6) Voor bevrijding uit onrecht of het bereiken van een betere wereld zijn idealen niet alleen onvoldoende, ze zijn niet zelden misleidend. Waarden en idealen zijn de weerspiegeling van de heersende krachtsverhoudingen en creëren een vals bewustzijn, ze leiden —­ binnen het kapitalisme — tot aanvaarding en onderdanigheid bij de onderdrukten. In het Communistisch Manifest staat bijvoorbeeld: ‘De wetten, de moraal, de godsdienst zijn voor hem [de proletariër, nvda] even zoveel burgerlijke vooroordelen, waarachter zich even zoveel burgerlijke belangen verschuilen’(7) In Anti-Dühring schrijft Engels: ‘Elke moraaltheorie is het product van de economische situatie van de maatschappij van haar tijd. Net zoals de maatschappij tot nog toe geëvolueerd is binnen klassentegenstellingen, zo is ook de moraal steeds een klassenmoraal geweest.’(8)
   (6) Volgens Marx en Engels is de geschiedenis het product van de klassenstrijd en beantwoordt de evolutie van de geschiedenis aan een dialectisch schema: de geschiedenis is een paradoxaal proces waarin er vooruitgang of ontwikkeling plaatsvindt doorheen tegenstellingen (klassenstrijd). Een these roept een antithese op en dat leidt tot de opheffing van die tegenstelling in een synthese. Maar die synthese creëert na verloop van tijd een nieuwe tegenstelling (een nieuwe antithese) op een hoger niveau. Enzovoort. Marx haalde zijn dialectische methode bij Hegel, maar die paste die enkel toe op het ideële. Bij Marx gaat het over het materiële, vooral de klassenstrijd. In De armoede van filosofie verwerpt Marx het onderscheid tussen goed en kwaad, dat is niet dialectisch. ‘De heer Proudhon heeft van Hegels dialectiek enkel de manier van spreken. Zijn eigen dialectische methode bestaat in het dogmatisch onderscheid tussen goed en slecht. … Ook al heeft hij het voordeel boven Hegel, dat hij problemen aan de orde stelt, waarvan hij zich voorneemt ze op te lossen in het voordeel van de mensheid, hij heeft daarentegen het nadeel volledig onvruchtbaar te zijn om een nieuwe categorie in het leven te roepen door dialectische creatie. De dialectische beweging bestaat nu juist in het naast elkaar bestaan van beide tegenovergestelde kanten, hun tegenstrijdigheid en hun opgaan in een nieuwe categorie. Zodra men zichzelf alleen het probleem stelt de slechte kant uit te roeien, snijdt men de dialectische beweging stuk.’ http://wwwmarxists.org/archive/marx/works/1847/poverty-philosophy/ch02.htm.
   (7) Marx K. & Engels F., Het Manifest van de Communistische Partij, p. 115.
   (8) Anti-Dühring: Herr Eugen Dühring’s Revolution in Science (1877); http://www.marxists.org/archive/marx/works/1877/anti-duhring/ch07.htm.   Added by: admin
pp.114-115   Daarom vermijden Marx en Engels elke expliciete verwijzing naar ethiek in hun teksten. Zo bijvoorbeeld meldt Marx in een brief aan Engels dat hij een tekst had geschreven in opdracht van de Internationale. Hij merkt daarbij het volgende op: ‘Ik was verplicht om in het voorwoord van de statuten twee zinnen te zetten over “rechten en plichten” en idem over “waarheid, moraliteit en rechtvaardigheid”. Maar deze werden zo geformuleerd dat ze geen kwaad kunnen.’(9) Marx en Engels vermijden niet alleen ethische formuleringen, ze binden ook de strijd aan tegen de moraal en de eeuwige waarden. In het Communistische Manifest verwoorden ze een aanklacht die tegen de communisten gericht is: ‘ “Bovendien zijn er eeuwige waarheden, zoals vrijheid, gerechtigheid, enz., die gemeenschappelijk zijn in alle maatschappelijke situaties. Maar het communisme schaft de eeuwige waarheden af, het schaft de godsdienst en de moraal af in plaats van er een nieuwe vorm aan te geven.” ’ Ze weerleggen deze aanklacht niet, integendeel, het marxisme breekt precies met die voorbijgestreefde ideeën: ‘De communistische revolutie is de meest radicale breuk met de traditionele eigendomsverhoudingen. Het wekt dus geen verbazing
in de loop van haar ontwikkeling het radicaalst gebroken wordt met de traditionele ideeën.’(10) Volgens Engels kan je een ethiek pas uitwerken nadat het kapitalisme overwonnen is.(11) Het utopisch socialisme is in de ogen van Marx en Engels niet alleen gedoemd om te mislukken, het leidt de arbeiders af van hun historische taak op dat moment: het voeren van de klassenstrijd. Bevrijding komt enkel voort door de ‘gang van de geschiedenis’ te respecteren, d.w.z. de maatschappelijke tegenstellingen te onderkennen en te verhevigen, en te weten welke historische klassen daarin de hoofdrol moeten spelen.
   (9) De brief dateert van 4 november 1864. http://www.marxists.org/archive/marx/works/1864/ letters/64_11_04-­abs.htm.
   (10) Marx K. & Engels E, Het Manifest van de Communistische Partij, p. 115, 124-5.
   (11) Engels in Anti-Dühring: ‘Een werkelijke humane moraal, die boven de klassen staat, zal slechts mogelijk zijn als de maatschappij een niveau bereikt heeft, waar men niet alleen de klassentegenstellingen overwonnen heeft, maar die in de praktijk van het leven vergeten is.’ Op. cit.   Added by: admin
p.115   Het gevolg was dat in het klassieke marxisme de utopische dimensie verbannen werd en dat de ethiek een ondergeschikte plaats kreeg. Historische gebeurtenissen na Marx en Engels maakten de verhouding tot de ethische dimensie niet gemakkelijker. Binnen de socialistische familie brak een belangrijke stroming met een aantal centrale stellingen. De beoogde revolutie werd vervangen door geleidelijke hervormingen via parlementaire weg en de klassenstrijd was niet langer de motor van de geschiedenis. In plaats van te steunen op klassenbelangen zweerde men bij morele overtuigingen om de arbeiders te mobiliseren. Deze stroming wordt omschreven als ethisch socialisme of waardesocialisme. In feite gebruikten ze, misbruikten ze in de ogen van de marxisten, ethiek om de klassenstrijd af te zweren. Voor marxisten was het een bevestiging van hun achterdocht tegen ethiek. Voor Lenin bestond er wel zoiets als moraal, meer bepaald een communistische moraal,(12) maar die was volledig ondergeschikt aan de klassenstrijd: ‘We zeggen dat onze ethiek volledig ondergeschikt is aan de belangen van de klassenstrijd van het proletariaat. Onze moraliteit heeft als vertrekpunt de belangen van de klassenstrijd van het proletariaat. … Communistische ethiek is datgene dat de strijd dient en de werkende bevolking verenigt tegen alle uitbuiting, tegen alle privé­eigendom. … Voor een communist is de hele ethiek samen te vatten in deze samenhangende wetenschap en in de bewuste massastrijd tegen de uitbuiters.’(13) Ook bij hem was er geen uitgewerkte en expliciete ethische theorie. In de leninistische traditie werd ethiek hoofdzakelijk teruggebracht tot revolutionaire moraal en discipline, meer bepaald tot gedragsregels en attitudes die neerkomen op een onvoorwaardelijke inzet voor de revolutie en de partij.(14) De index van het wijdverspreide standaardwerk over marxisme-leninisme van de Academie der Wetenschappen van de Sovjetunie telt meer dan 1300 woorden. Woorden als ethiek, moraal, waarden, waardigheid of rechtvaardigheid staan er niet tussen.(15)
   (12) ‘Bestaat er zoiets als een communistische ethiek? Bestaat er zoiets als communistische moraal? Natuurlijk bestaat dat. Vaak werd gesuggereerd dat we geen eigen ethiek hadden, heel vaak beschuldigde de burgerij ons, communisten ervan elke moraliteit te verwerpen. Dat is een methode om verwarring te zaaien rond de kwestie, om zand te gooien in de ogen van de arbeiders en boeren.’ Lenin, The Tasks of the Youth Leagues, http://www2.cddc.vt.edu/marxists/archive/lenin/works/1920/oct/02.htm.
   (13) Lenin, The Tasks of the Youth Leagues.
   (14) Dat was het geval bij de Chinese en Vietnamese revolutie. Zie Dethier J., e.a., Revolutionaire moraal, Brussel 1983.
   (15) Academie der Wetenschappen van de U.S.S.R., Ekonomisch instituut, Leerboek politieke ekonomie: Deel 1, Berchem s.d.   Added by: admin
Comments:
Pour les notes 12 et 13, voir en français « Les tâches des Unions de la jeunesse », Œuvres complètes, tome 31, p. 292-310. Sur la morale, voir aux trois quarts de la page 300 et suivantes. Lénine parle d’une morale subordonnée aux intérêts de la lutte de classe du prolétariat pour remplacer une morale qui défend les intérêts des exploiteurs. Pour lui aucune morale n’est indépendante du social.
   La référence à « l’ouvrage standard largement répandu sur le marxisme-léninisme de l’Académie des sciences de l’URSS » (comme si c’était LE standard du marxisme-léninisme que tout le monde connait sauf un ignorant comme moi) est franchement malhonnête. C’est de la manipulation. Comme on peut le deviner dans la note 15, il s’agit de la traduction en néerlandais (à partir du français) d’une moitié d’un manuel d’économie (provenant effectivement de l’Académie des sciences).
   Ensuite, les éditions officielles n’ont pas d’index. L’index mentionné n’est pas de l’Académie des sciences, il est du traducteur ; on ne le trouve que dans cette édition confidentielle dactylographiée (en caractères non typographiques) éditée par le journal Solidaire et distribuée par EPO à Berchem, sans date. (Cette traduction a été rééditée depuis en caractères plus modernes mais sans index. La nouvelle édition est datée de janvier 2007, mais cette fois sans lieu ni éditeur.)
   Il ne s’agit donc en rien d’un ouvrage de base général sur le marxisme-léninisme (et les auteurs qui ont cette édition en mains le savent pertinemment). Le Manuel (http://www.meeus-d.be/marxisme/manuel/) a été publié pour enseigner l’économie et seulement l’économie (ce qui est un objectif valable en soi) et cette traduction en néerlandais de la première moitié et son index sont conçus comme un outil pédagogique pour enseigner les concepts économiques de base du Capital de Marx. Il est donc évident que l’index (de cette ancienne édition en néerlandais) ne peut contenir que des termes économiques et que ça ne dit absolument rien sur une éventuelle éthique du marxisme ou sur son absence. C’est une insinuation de bas étage.   Added by: admin  (2009-02-03 18:48:06)
p.115   Een verdere complicatie voor de ethische en utopische dimensie was de sciëntistische wereldopvatting. Die won binnen het marxisme gaandeweg meer terrein, o.a. door de Rus Plechanov.(16) Sciëntisme is een theorie die ervan uitgaat dat wetenschappelijke kennis toelaat om de onwetendheid in alle domeinen ongedaan te maken. Het komt er op aan de principes van de natuurwetenschappen toe te passen op alle levensterreinen tot en met de filosofie, de religie, de sociale wetenschappen en de politiek. In die wereldopvatting is helemaal geen plaats meer voor moraliteit, ethiek of utopieën, tenzij als te verwerpen vals bewustzijn.(17) Tot zover de marxistische traditie.(18)
   (16) Zie o.a. Sotolongo R, Ernesto Che Guevara: Ethics and aesthetics of an existence, Havanna 2002, p. 21v.
   (17) Een voorbeeld: als de mens puur biologisch wordt opgevat, d.w.z. als een wezen dat enkel gedreven wordt door natuurlijke behoeften, dan is er van vrije wil of vrijheid van handelen geen sprake meer, en dus ook niet van ethiek.
   (18) Over de rol van ethiek binnen het marxisme zijn bibliotheken volgeschreven. Zie bijvoorbeeld Callicinos A. (ed.), Marxist Theory, Oxford 1990; Lukes S., Marxism and Morality, Oxford 1985; Callicinos A., Making History, Cambridge 1987; Sandkühler H. & de la Vega R. (ed.), Marxismus und Ethik, Frankfurt a/M 1974.   Added by: admin
Comments:
Bien qu’ils en attribuent prudemment la responsabilité à Plékhanov plutôt qu’à Mars et Engels, les auteurs insinuent que le marxisme est devenu scientiste et qu’il prétend expliquer tout, jusqu’à la politique, la société, la religion et la philosophie par la physique. C’est une tactique éculée de donner de la position qu’on veut attaquer une présentation caricaturale. C’est le cas de dire « in cauda venenum » puisqu’après ce dernier coup de couteau dans le dos du marxisme, ils concluent : « Tot zover de marxistische traditie », tout est dit, voilà l’impression sur laquelle ils choisissent de laisser le lecteur.
   Sur la note 17, je ne me hasarderai pas à proposer ici une solution définitive (que je n’ai pas) au difficile problème du libre arbitre. Je pense quand même que moi je ne suis mu, en dernière instance, que par des besoins naturels. (On utilise parfois en français « besoins naturels » dans un sens euphémique particulier. Ici je ne les limite pas à la salle de bains !) Ils semble que les auteurs, eux, pensent être mus par des besoins surnaturels (si ce n’est pas naturel, qu’est que c’est sinon surnaturel ?) Je n’en crois rien, mais si ça leur fait plaisir, je m’en réjouis pour eux.
   En fait, sous couvert de prétendu scientisme, ce que les auteurs remettent en cause dans le marxisme, c’est le matérialisme. Oui, nous sommes des êtres biologiques et sociaux, c’est-à-dire de gros assemblages de macromolécules, lesquels vivent en interaction (par exemple dans des rapports sociaux de production, dans des relations amoureuses, dans des luttes communes pour plus de justice, dans des disputes philosophiques). Les molécules ne sont pas autre chose que des assemblages d’atomes, eux-mêmes… et cetera. Oui, il faut être réductionniste dans les choses. Cela n’implique pas la réduction des sciences. Toute chose peut et doit être réduite à la matière que les physiciens étudient. Cependant il faut pour étudier certaines choses des sciences spéciales comme la biologie et la psychologie, comme l’économie politique marxiste et le matérialisme historique.   Added by: admin  (2009-01-28 07:57:52)
wikindx 6.2.0 ©2003-2020 | Total resources: 1310 | Username: -- | Bibliography: WIKINDX Master Bibliography | Style: American Psychological Association (APA) | Database queries: 76 | DB execution: 0.04747 secs | Script execution: 0.15863 secs