Bibliographie générale

List Resources

Displaying 1 - 1 of 1 (Bibliography: WIKINDX Master Bibliography)
Order by:

Ascending
Descending
Use all checked: 
Use all displayed: 
Use all in list: 
Blondeau, R. A. (1991). Wetenschap in de taal der vlamingen: Vanaf jacob van maerlant tot de stichting van de akademiën. Gand: Reinaert — Het Volk n.v.  
Added by: Dominique Meeùs 2020-09-30 18:53:20 Pop. 0%
      Weerdicheyt der Duytsche Tael
     Stevin is niet uit principiële overtuiging een voorstander en een onvermoeibare verdediger geweest van zijn moedertaal, maar dit is geleidelijk tot stand gekomen omdat hij als man van de toegepaste wetenschap, meer te doen had met Latijn- en Grieksonkundigen, met mensen uit de praktijk, dan met geschoolde denkers.
     Hoewel zijn eerste werkje, Tafelen van Interest (1582), reeds in de volkstaal werd geschreven — omdat handelaars en rekenplichtigen geen wetenschapsmensen waren —, toch maakte hij hier nog overvloedig gebruik van vreemde woorden, voorzeker omdat hij dacht dat bepaalde termen die konden afgeleid worden uit de volkstaal, minder zouden begrepen worden, ofwel omdat hij hiervoor nog onvoldoende was gemotiveerd. Zijn volgend werk, Problematum Geometricorum (1583), was bovendien volledig in het Latijn geschreven. Op dit gebied moet er zich echter in de volgende jaren een ommekeer voltrokken hebben.
     Op aandringen van „vrienden en landgenoten”, en omdat hij vastgesteld had dat velen door het lezen van boeken zich wisten te bekwamen in de Arithmetika, de Algebra, de Geometrie en de Astronomie, maar dit niemand tot de Conste der Dialectiken had gebracht, en hij de oorzaak hiervan meende te vinden in het ontbreken van een werkje hierover in „onse Neerduytsche Tale”, zorgde hij zelf voor een dergelijke handleiding : Dialectike ofte Bewijs-const (1585), „een schoolse uiteenzetting van de redeneerkunst”. Daarin deed hij een bijzondere poging om zoveel als mogelijk termen uit de volkstaal te gebruiken, en hij stelde voor arithmetika te vervangen door telconst, geometrie door meetconst, musike door singconst, grammatika door letterconst, dialectike door bewijsconst, enz. Toch slaagde hij er niet in vreemde of bastaardwoorden volledig te weren, uit vrees niet begrepen te worden, maar aan het slot van de uiteenzetting gaf hij een lijst van zeven bladzijden, waarin zijn Nederlandse vertaling naast de Latijnse termen kwamen te staan.
     In dit werkje komt bij wijze van voorbeeld een „corte Dialectikelicke t’Samenspraeck” voor, tussen Jan en Pieter, waarin de bruikbaarheid van de Nederduytsche Tale bij de redeneerkunst wordt besproken. Het betoog was voornamelijk gesteund op het groot aantal eenlettergrepige woorden die veel samenstellingen toelieten.
     Nog hetzelfde jaar (1585) verscheen De Thiende, waarin hij een werk over sterrenkunde in het vooruitzicht stelt dat zal geschreven worden „in onse Duytsche Tale, dat is inde aldercierlicste alderrijckste, ende aldervolmaeckste Spraecke der Spraecken, van wiens groote besonderheydt wy cortelick noch al veel breeder ende seeckerder betooch verwachten, dan Pieter ende Ian daer af ghedaen hebben inde Bewijsconst ofte Dialectike onlancx uytghegheven”. Het „breeder en seeckerder betooch" inzake de „Duytsche Tale” verscheen reeds het jaar daarop als inleiding van het werkje Beghinselen der Weeghconst en draagt als titel Uytspraeck vande Weerdicheyt der Duytsche Tael. Daarin gaat hij grondig na waarom zijn moedertaal alle eer waard is. Ten eerste, wegens haar oudheid en ten tweede om haar bijzondere struktuur, en hier bedoelt hij weer de vele eenlettergrepige woorden die in de „Duytsche Tael” veel talrijker voorkomen dan in het Latijn en het Grieks. Wat hij aantoont met een lijst van de „duytsche” éénsillabige woorden, 742 werkwoorden en 1 428 naamwoorden, met de Latijnse en Franse vertaling er naast.
     Het belangrijkste is evenwel dat Stevin, toen er nog geen Nederlandse wetenschappelijke terminologie bestond, zelf woorden moest kreëren om de bastaardwoorden te weren. Vele van de door hem gevormde uitdrukkingen zijn naderhand in het Nederlandse taaleigen opgenomen, soms wel lichtelijk gewijzigd. Woorden zoals wiskunde, raaklijn, snijlijn, omtrek, middelpunt, evenwijdig, evenaar, evenredig, en vele andere, zijn van hem afkomstig.
     De pogingen die in Vlaanderen waren ondernomen om de eigen taal te verheffen, waren in het Noorden gevolgd, met mensen als de dichter Dirk V. Coornhert (1522-1590) en de bijdrage van Stevin is hier van uitzonderlijke betekenis geweest.
     Hoewel Stevin aan de Leidse universiteit had gestudeerd, en er meerdere professoren tot zijn vriendenkring behoorden ; hoewel men daar de beste krachten uit het meer gekultiveerde Zuiden trachtte binnen te halen, heeft hij toch nooit aan deze instelling een leeropdracht gekregen. Busken Huet (1826-1886) (75), dacht dat dit misschien te maken had met zijn beperkte kennis van het Latijn. Want al beweert men graag dat Leiden niet voortploeterde met de scholastieke gebruiken zoals Parijs en Leuven, het wist zich toch ook niet helemaal aan de tijdgeest te onttrekken en de mannen die er kwamen doceren, waren gevormd naar de oude traditie, waarin het Latijn domineerde. Maar ook aan de Leidse ingenieursschool, opgericht in 1600, waar nochtans geen Latijn vereist was, werd hij niet aangesteld. Sommigen menen dat dit te maken had met het feit dat hij een aanhanger was van Copernicus, die 65 jaar na de publikatie van zijn wereldstelsel, bij gebrek aan bewijzen nog altijd niet aanvaard was, noch in wetenschappelijke, noch in religieuze kringen.
wikindx 6.2.0 ©2003-2020 | Total resources: 1310 | Username: -- | Bibliography: WIKINDX Master Bibliography | Style: American Psychological Association (APA) | Database queries: 24 | DB execution: 0.00918 secs | Script execution: 0.04346 secs