Bibliographie générale

List Resources

Displaying 1 - 1 of 1 (Bibliography: WIKINDX Master Bibliography)
Order by:

Ascending
Descending
Use all checked: 
Use all displayed: 
Use all in list: 
Blondeau, R. A. (1991). Wetenschap in de taal der vlamingen: Vanaf jacob van maerlant tot de stichting van de akademiën. Gand: Reinaert — Het Volk n.v.  
Added by: Dominique Meeùs 2019-07-13 15:37:08 Pop. 0%
      In 1582 liet Stevin zijn Tafelen van Interest, Midtsgaders De Constructie derselver, ghecalculeert Door Simon Stevin Brugghelinck, verschijnen bij meester-drukker Christoffel Plantijn te Antwerpen. Ten behoeve van een ruim publiek was dit in de volkstaal opgesteld. Een werkje dat ongetwijfeld sukses heeft gekend, want interestberekening gebeurde voordien altijd in het geheim en behoorde tot de moeilijke merkantiele problemen waarvoor geen officiële opleiding bestond. Zelfs in de, op de universiteit gedoceerde matematika, was er van interestberekening geen sprake, niet alleen wegens de afstand tussen handel en weten- schap, maar omdat interest onder het woekerverbod van de Kerk viel en tot de praktijken van joden en Lombarden behoorde. Hoewel Stevin de principes van de interestberekening gevonden had in het werk van de Franse rekenmeester Jean Trenchant (zes uitgaven van 1558 tot 1578) was hij bij het samenstellen van zijn tabellen volledig op zichzelf aangewezen, waardoor er meerdere fouten waren ingeslopen‚ die hij achteraf in de Franse vertaling rektificeerde.
     De stad Leiden was ter beloning van haar heldhaftige verdediging tegen de Spanjaarden, in 1575 begiftigd met een Universiteit, die moest voorzien in de vervanging van de katolieke universiteiten van Leuven en Parijs, waarmee het kontakt was verbroken. In deze nieuwe instelling van hoger onderwijs, die niet doortrokken was van de scholastieke traditie van de oude centra van geleerdheid, kreeg het onderzoek en het experiment een unieke plaats. Daar liet Simon Stevin zich op 16 februari 1583 als student inschrijven. Hij was toen 35 jaar !
     Wat Stevin daar heeft gestudeerd of gepresteerd weten we niet, maar uit zijn publikaties van de volgende jaren blijkt dat hij er hard heeft gewerkt, al moest hij in zijn onderhoud voorzien door het bijhouden van koopmansboeken.
     Wel moet hij, nog vóór hij aan de universiteit ging studeren, zich terdege op wiskunde hebben toegelegd, want nog in 1583 verscheen van hem een origineel in het Latijn gesteld traktaat over ingewikkelde meetkundige vraagstukken, dat alleszins geen amateurswerk was, Problematum Geometricorum. Twee jaar later (1585) publiceerde hij De Thiende Leerende door onghehoorde lichticheyt allen rekeningen onder den Menschen noodich vallende, afveerdighen door heele ghetalen sonder ghebrokenen, een baanbrekende verhandeling, die tegelijkertijd in het Nederlands en het Frans (La disme) verscheen, waarin het rekenen met tiendelige breuken werd aanbevolen en volledig was uitgewerkt. Weliswaar was hij niet de uitvinder van de tiendelige breuken — het principe was reeds ontworpen in de 15e eeuw door Regiomontanus (Johan Müller uit Koningsbergen) — maar met zijn boekje heeft Stevin ze in rekenkundige bewerkingen leren gebruiken en toepassen, al was zijn voorstelling niet deze met het aanbrengen van een komma, zoals dat nu het geval is. Tevens verdedigde hij de invoering van een decimaal stelsel van maten en gewichten ter vervanging van de bestaande verscheidenheid die een hinder vormde voor handel en nijverheid. Maar het zou nog twee eeuwen duren vooraleer deze opvatting, met het metriek stelsel, geleidelijk in de praktijk haar toepassing zou vinden. Stevin schreef bovendien, in het Frans, een Arithmétique (1585), waarin voornamelijk de algebra hernieuwd en vereenvoudigd werd, door het gebruik van een nauwkeuriger taal en het invoeren van nieuwe tekens, die de huidige algebraïsche schrijfwijze zeer benaderde.
      Wonder en is gheen wonder
     De belangrijkste ontdekkingen van Stevin liggen niet op het gebied van de wiskunde, maar op dat van de mechanika, waarover hij in 1586 drie kleine deeltjes publiceerde te Leiden „Inde Druckerye van Christoffel Plantijn, By François van Raphelingen” :
     De Beghinselen der Weeghconst
     De Weeghdaet
     De Beghinselen des Waterwichts.
     Het zijn boekjes die de grondslag vormen van de moderne statika en hydrostatika, waaraan sedert Archimedes niets meer was toegevoegd, en die in 1608, samen met andere verhandelingen gebundeld zijn in Wisconstige Gedachtenissen. Hetzelfde jaar nog verscheen er een Latijnse vertaling van, Hypomnemata Mathematica, door Willebrordus Snellius en een Franse van Jean Tuning.
     ln de eerste twee delen behandelde hij de statika : het evenwicht van de lichamen, speciaal het evenwicht op het hellend vlak ; het zwaartepunt bij vlakke figuren en vaste lichamen; de hefboom en de balans. Bij de studie van het hellend vlak ontdekte hij het beroemd krachtenparallellogram. Zijn oplossing van het vraagstuk van de samenstelling van de krachten was zo behendig en eenvoudig afgeleid van het evenwicht op het hellend vlak, dat hij voortaan als een soort wapenschild boven zijn werk, de „clootkrans” op een hellend vlak, liet prijken en er volgende spreuk aan toevoegde : Wonder en is gheen wonder, bijna als blijk van zijn verbazing omdat de wonderen van de natuur binnen het menselijke begripsvermogen liggen.
     In het derde deel besprak hij de hydrostatika en formuleerde er, ten eerste : de hydrostatische paradoks, die zegt dat de druk op de bodem van een vat niet afhangt van de vorm van het vat, wat op het eerste zicht inderdaad paradoksaal voorkomt; ten tweede, het beginsel van de gelijkmatigheid van de druk in alle richtingen, meestal aangeduid als „beginsel van Pascal”, maar dat eigenlijk voor het eerst door Stevin werd ontdekt, al moeten we eraan toevoegen dat het Pascal was die in zijn Traité de l’équilibre des liqueurs (1663), deze fundamentele principes in de systematizering van de hydrostatika verwerkte.
     Hoewel zijn werkjes over mechanika niet handelen over dynamika, heeft Stevin zich toch toegelegd op de studie van de beweging. Omstreeks 1585, zou hij met J.C. de Groot, burgemeester van Delft, aldaar op een gebouw geklommen zijn, dertig voet hoog, en van daaruit lieten zij tegelijkertijd twee loden bollen van zeer onderscheiden grootte en gewicht naar beneden ploffen, op een plank aan de voet van het gebouw. Uit de vaststelling dat zij slechts één plof hoorden was af te leiden dat de snelheid bij vallende voorwerpen niet evenredig was met de massa, wat Aristoteles nochtans had geleerd, en wat men eeuwenlang op zijn gezag had aangenomen.
     Op het gebied van de teoretische natuurkunde heeft Stevin ook wel een en ander gepresteerd, b.v. inzake optika en perspektief, maar van 1586 af is hij voornamelijk de weg opgegaan van de toegepaste wetenschap. Toch dienen nog zijn verhandelingen over kosmografie en geografie vermeld, wegens enkele merkwaardigheden. Stevin was nl. een verdediger van het heliocentrische wereldstelsel van Copernicus, dat toen door vele geleerden als een absurditeit werd beschouwd, en dat stelsel heeft hij zelfs gedeeltelijk verbeterd. ln zijn geografie formuleerde hij de teorie van ebbe en vloed en dacht hierbij aan de invloed van de maan, terwijl hij tevens een praktische metode verstrekte voor plaatsbepaling op zee.
     Reeds in 1586 verkreeg hij een oktrooi voor een verbeterd type watermolen waarvan hij er achteraf in overheidsopdracht een aantal heeft gebouwd, terwijl in 1589 de Staten-Generaal hem negen brevetten toekende voor allerlei mechanische werktuigen.
     Tijdens zijn verblijf aan de universiteit te Leiden had Stevin er de jonge prins Maurits, zoon van de Zwijger, leren kennen. Naar men vermoedt zou de prins soms beroep op hem gedaan hebben bij bepaalde moeilijkheden inzake matematika. Toen Maurits stadhouder van Holland en Zeeland was geworden, zou hij volledig beslag leggen op het vernuft en de werkkracht van Stevin ten behoeve van ’s lands waterstaat, de defensie en ook voor het beheer van de prinselijke domeinen. Vanaf 1593 voerde Stevin dan ook geregeld opdrachten uit voor het leger, en in 1603 kreeg hij de officiële titel van kwartiermeester.
     Lange tijd is Stevin bijna uitsluitend bekend gebleven als de schepper van de wonderbaarlijke en populaire zeilwagen, die op bevel van prins Maurits, waarschijnlijk einde 1600 of begin 1601, werd vervaardigd en die beladen met achtentwintig adellijke heren van Maurits’ hofhouding, in twee uren van Scheveningen naar Petten, 80 km ver, op het Noordzeestrand zeilde. Deze demonstratie maakte dusdanige ophef dat de Franse geleerde Nicolas Claude Fabri de Peiresc, toen die in 1606 Nederland bezocht, speciaal naar Scheveningen trok om die zeilwagen te zien.
     Stevin, die zijn carrière als boekhouder was begonnen, schreef meerdere verhandelingen over het bijhouden van koopmansboeken, maar hij schreef ook Vorstelicke Bouckhouding op Italiaensche Wijse, die in het Frans vertaald, opgenomen werd in de Memoires Mathématiques (Stevin-Tuning, 1608), onder de titel, Livre De Compte De Prince À la manière D’Italie. Het is een soort handboek voor de staatsboekhouding, steunende op de toen in zwang komende dubbele koopmansboekhouding, die van Venetiaanse oorsprong zou zijn. De hertog van Sully, minister van financiën van Hendrik IV, kreeg van Stevin een Franse uitgave, met een opdracht. Voorzeker heeft Sully hiervan gebruik kunnen maken om de koninklijke financiën te ordenen, die nogal gehavend waren tengevolge van wanbeheer en oorlogsuitgaven.
     Stevin die nog bedrijvig was op het gebied van de vestingbouw, stedenbouwkunde en urbanizatie, is op bijna zestigjarige leeftijd, in het huwelijk getreden met de veel jongere Catharina Krai, die na zijn dood in 1620, overbleef met vier jonge kinderen.
wikindx 6.2.0 ©2003-2020 | Total resources: 1310 | Username: -- | Bibliography: WIKINDX Master Bibliography | Style: American Psychological Association (APA) | Database queries: 24 | DB execution: 0.01168 secs | Script execution: 0.08651 secs