Bibliographie générale

List Resources

Displaying 1 - 1 of 1 (Bibliography: WIKINDX Master Bibliography)
Order by:

Ascending
Descending
Use all checked: 
Use all displayed: 
Use all in list: 
Blondeau, R. A. (1991). Wetenschap in de taal der vlamingen: Vanaf jacob van maerlant tot de stichting van de akademiën. Gand: Reinaert — Het Volk n.v.  
Added by: Dominique Meeùs 2019-07-13 15:37:08 Pop. 0%
      De Cyrurgie
     We hebben hierboven de Cyrurgie van Jehan Yperman omstreeks 1310 gedateerd. Absolute zekerheid hebben we daarover echter niet, we steunen alleen maar op een mededeling van een kopiïst, maar het kan ook van iets latere datum zijn. In elk geval is het van na 1305, want er wordt een werk in aangehaald van Bernardus van Gordon, Lilium medicinae, dat in of na 1305 geschreven werd.
     Dat Yperman een goede vorming had genoten en het Latijn machtig was blijkt uit de aanhef van de nog bestaande handschriften, waarin vermeld is dat het werk opgemaakt is aan de hand van Latijnse schrijvers en tevens steunt op eigen ervaring, uten latine ende uten syn selves verstandenisse. Yperman schreef dit werk in de volkstaal, niet om een revolutionaire of volksnationale daad te stellen, maar uitsluitend ten behoeve van zijn zoon.
     Dat dit werk in de volkstaal — in een tijd waarin wetenschap gepubliceerd en gekommentarieerd werd in het Latijn — bij de geleerde doctoren geen appreciatie ondervond is duidelijk. En omdat demokratizering leidde tot provincialisme, kreeg het ook geen grote verspreiding, maar dat was de bedoeling niet. Toch moet het werk meerdere malen afgeschreven zijn, anders zou men in de 19e eeuw er geen vier kopieën van weergevonden hebben. In acht genomen dat er tussen de oudste en jongste van die vier handschriften twee eeuwen liggen, mogen we gerust veronderstellen dat het werk gedurende lange tijd door niet in het Latijn geschoolde heelmeesters werd op prijs gesteld.
     Bovendien werden op diverse tijdstippen delen van de Cyrurgie in het Frans, het Duits en het Engels vertaald. Nog in 1969 kwam er een Italiaanse vertaling door Mario Tabanelli, zij het uiteraard niet meer om zijn huidige wetenschappelijke waarde, maar in een medisch-historische reeks, waarin bij voorkeur chirurgische geschriften uit de oudheid en de middeleeuwen worden uitgegeven.
     Niettegenstaande Yperman zich in zijn werk beroept op Avicenna, Galenos, Lanfranco van Milaan en Hugo van Lucca, en samengestelde recepten aanbeveelt die ontleend zijn aan Dioskorides, Galenos, ibn Mesuë, Nicolaas’ Antidotarium, Platearius’ Circa instans en het z.g. Macer Floridus — niemand is immers in staat wetenschap te systematizeren uitsluitend met eigen vindingen — is het toch geen kompilatiewerk, noch een boek dat alleen maar steunt op autoriteitsgeloof. Zonder de traditionele wetenschap over boord te gooien, legt het voornamelijk de nadruk op hetgene in de praktijk zijn deugdelijkheid had bewezen.
     Het is ook een heel ander boek dan dit van Jacob van Maerlant. Het is geen bellettrie en het is niet in verzen geschreven. Het is het oudst bekende technisch-wetenschappelijke werk in onze taal, meer bepaald in het Westvlaams‚ met uitgesproken pedagogische eigenschappen. Het brengt een direkte medische scholing.
     Dat het een werk was van veel hoger wetenschappelijke waarde dan Der Naturen Bloeme heeft Jan-Frans Willems, die Ypermans boek het eerst onder ogen had, waarschijnlijk niet gezien, maar Carolus, die het werk als medicus had bestudeerd, heeft dit wel opgemerkt. Hij vond er namelijk metoden beschreven, die hij van veel jongere datum waande, zoals het toesnoeren van bloedvaten. Ook werd er een wijze van wondbehandeling aanbevolen, die men nooit in de middeleeuwen zou hebben vermoed, terwijl er operaties werden beschreven, die men meende tot de moderne heelkundige technieken te moeten rekenen. Zo kwam het dat Carolus — en waarschijnlijk niet ten onrechte — meende dat met Yperman de evolutie van de heelkunde pas goed bij ons op gang was gekomen en daarom noemde hij hem, gezien de taal waarin hij schreef : „de vader van de Vlaamse heelkunde”.
     Yperman streefde er naar de heelkunde uit de handen van onbevoegden te halen, om haar de plaats te geven die haar toekwam, in een tijd waarin de geleerde doctoren de uitoefening ervan beneden hun waardigheid achtten. Hij verkondigde de overtuiging dat alleen een grondige kennis van de natuur tot hogere medische inzichten kon leiden en verzette zich tegen charlatanerie en bijgeloof. Hij geeft diëtische en hygiënische voorschriften die grotendeels door de medici worden onderschreven en zijn apoteek bevatte zeer efficiënte middelen.
     Toch was Yperman een kind van zijn tijd. Hij was de leer van de humoren toegedaan en we vinden veel bij hem terug wat aan de Grieken en de Arabieren herinnert, terwijl ook nog het omnivalente aderlaten en de drekterapie bij hem een voorname rol speelden.
     Yperman was tenslotte van mening dat een chirurgijn, een heelkundige, ook een goede geneeskundige moet zijn, die inzicht heeft in de interne geneeskunde.

De Medicina
     Dat hij zelf een integrale arts was heeft hij bewezen door een tweede medisch-pedagogisch werk te schrijven over de interne geneeskunde : Medicina, dat de tiende verhandeling is van de Van Hulthemse bundel.
     In 1867 werd, zoals we gezien hebben, deze verhandeling, voorafge- gaan van kommentaar, gepubliceerd door C. Broeckx onder de titel : Traité de Médecine Pratique de Maître Jehan Yperman, Médecin Belge (XIIIe-XIVe siècle) publié pour la première fois d’après la copie flamande de la Bibliothèque Royale de Bruxelles. Maar we hebben ook gezegd dat Snellaert, die zelf medicus was en kenner van het Middelnederlands hierover niet tevreden was, omdat hij weer kon wijzen op een groot aantal fouten. ln 1972 werd een nieuwe tekstuitgave verzorgd door prof. Leo Elaut.
     De Medicina, een werk van dezelfde stijl en woordkeuze als de Cyrurgie, is ongetwijfeld met dezelfde bedoeling geschreven, tot voorlichting van zijn zoon, die waarschijnlijk minder onderlegd was in het Latijn dan zijn vader — bij het aan belang winnen van de volkstaal verminderde inderdaad de kennis van het Latijn — en die hij een geschreven praktische begeleiding wilde ter hand stellen.
     Dit tweede werk van Yperman is een verzameling ziektesyndromen, waarmee de arts in de praktijk werd gekonfronteerd. Het handelt over koorts, waterzucht, de verkoudheid, geelzucht, longtering, zenuwsyndromen, waanzin, beroerte, epilepsie, hoofdpijn, neusbloeding, pijnlijke keel, hoest, ademnood, longzwering, bloedspuwing, etterspuwing, geeuwhonger, braken, maag- en darmkrampen, darmwormen, diarree en buikloop, het leverabces, harde milt, nierpijn, het nierabces, bloedwateren, urineverlies, urineretentie‚ graveel en zaadvloeiing.
     Hieromtrent worden geen nieuwe teorieën verkondigd. Het werk geeft slechts een gedeeltelijke, zij het persoonlijke visie op deze ziekten. Wat hij aan anderen ontleent vermeldt hij met de naam van de auteur, al laat hij niet na er soms zijn persoonlijke mening tegenover te plaatsen.
     Waren er in Vlaanderen nog andere heelkundigen met dezelfde bevoegdheid als Jehan Yperman ? Misschien wel ! Maar Yperman heeft een handschrift nagelaten waarin van zijn kennis is blijk gegeven. Was hetgene Yperman overdroeg aan zijn zoon de normale wetenschap van de geschoolde heelkundige uit die tijd ? Of was hij werkelijk een uitblinker en verdient hij terecht de titel van „vader van de Vlaamse heelkunde” ? Uit de vergelijking met een ander handschrift van een 14e eeuws chirurgijn, Thomas Scellinck van Tienen, zijn we geneigd de vraag bevestigend te beantwoorden.
wikindx 6.2.0 ©2003-2020 | Total resources: 1310 | Username: -- | Bibliography: WIKINDX Master Bibliography | Style: American Psychological Association (APA) | Database queries: 24 | DB execution: 0.02080 secs | Script execution: 0.06838 secs