Bibliographie générale

List Resources

Displaying 1 - 1 of 1 (Bibliography: WIKINDX Master Bibliography)
Order by:

Ascending
Descending
Use all checked: 
Use all displayed: 
Use all in list: 
Beetemé, G. (1888). Antwerpen: Moederstad van handel en kunst Vol. 2. Anvers-Ninove: Henri Claes-Weduwe P. Jacobs en Zonen.  
Last edited by: Dominique Meeùs 2012-07-02 22:57:16 Pop. 0%
      De Nijverheid moet ons eenigszins meer dan gewoonlijk ophouden, en wel vooral de Stokerij.
     Langzamerhand is in de stokerij eene hervorming ontstaan, waarvan wij moeten gewag maken. Reeds hebben wij opgemerkt, hoe groot vroeger het getal der stokerijen te Antwerpen was en hoe dit allengskens verminderde ; de kleine nijveraars moesten wijken voor gestichten van buitengewone aangelegenheid. Op het tijdstip waarvan nu spraak is, vinden wij dit vak der Antwerpsche nijverheid in het bezit van drie groote gestichten die heden nog bestaan. De eene waren reeds lang bekend, andere maakten hunne faam.
     Het oudste merk was « De Klok » die, volgens een oorspronkelijk stuk, reeds bestond in 1631, op de Brouwersvliet. Het is die oude inrichting die van den Bergh en Cie overnamen in 1843. Met hunne kapitalen, hunne faam van rechtschapenheid en eerlijkheid, deden zij alras den naam herleven van de stokerij In de gulde Klok, en, al de hedendaagsche verbeteringen in hun fabrikaat invoerende, brachten zij dezelve op eene aanzienlijke hoogte. Vroeger was de uitvoer onbeduidend, ter oorzake der overheerschende mededinging van Holland ; zij vonden de eersten eenen uitweg in den vreemde ; de uitmuntendheid hunner produkten verwierf hun klanten in Havanna, Mexiko, Amerika‚ de Indiën‚ enz. Andere huizen hebben later hetzelfde spoor ingeslagen, en aan hunnen ondernemingsgeest is de groote uitbreiding te danken, die de Belgische stokerij genomen heeft. Sedert dan is het cijfer van den uitvoer des huizen van den Bergh en Cie gedurig aangegroeid. Een ijselijke brand vernietigde gansch de oude stokerij in 187o, die op grootere schaal herbouwd werd.
     De gebroeders Ball, die zich bij van den Bergh en Cie gevormd hadden, openden, 1855, eene groote stokerij te Merxem‚ die sedert dien tijd onophoudelijk heeft bijgewonnen. Hunne merk « De Kroon » is zeer gekend.
     Doch de langstgekende naam in de Antwerpsche stokerij is die der Meeusen. Toen Jan Meeus, omtrent 1820, het gesticht van zijnen schoonvader Adriaensens overnam, sedert onheuglìjke tijden gelegen in de Boeksteeg, nam hij voor firma J. Meeus, en voor merk « Het Anker ». Zijne zonen Ferdinand (Meeus-de Proli), Frans (M.-Trachez) en Lodewijk, (M.-van Reeth) zetteden gezamentlijk, bij zijn afsterven (1849), de zaken voort en behielden de firma. Later zag Lodewijk er van af, om zich op den handel in diamanten toe te leggen. In I870 hield het vennootschap op, en Ferdinand alleen ging voort met het oude huis. Later liet hij het over aan zijnen zoon ]ulius die het heden nog bestiert. Een zoon van Meeus-van Reeth, Lodewijk (Meeus-Hannorez) stichtte te Wijneghem eene nieuwe stokerij onder de handels- firma Lodewijk Meeus met het merk « De Sleutel ». Zijne broeders Theophiel‚ Hipoliet en Prosper, sloten met hem een vennootschap aan, en staan samen aan het hoofd van dit reuzengesticht, een der grootste van de wereld.
     De Meeusen zijn de nijveraarsfamilie bij uitmuntendheid. Terwijl de drie jongste zonen van Jan de stokerij voor hun deel namen‚ dreven de twee oudste, Joseph (Meeus-Bosschaert) en Jan (Meeus-van Heerbruggen) in gemeenschap den handel in tabak. Omtrent 1845 scheidden zij, en Jan ondernam eene raffineerderij, in gemeenschap met de Backer, onder de firma Meeus en de Backer. Later, alleen gebleven, opende Jan, op het Burchtplein‚ een aanzienlijk nijverheidsgesticht waarin al zijne broeders betrokken waren en dat sedert dien gekend is onder den naam van Meeus frères. Ter gelegenheid van de herbouwing der kaaien‚ van hunnen eigendom ontbloot, maakten onze nijveraars een nieuw zeer aanzienlijkfabriek nabij de zuiderstatie, waarvan de jaarlijksche opbrengst wel tot 15 millioen kilogrammen bereiken kan. Hoewel het oude vennootschap heeft opgehouden te bestaan, werd de firma Meeus frères aangehouden ; het zijn nu andere broeders, Emiel, Alfons en Stanislas‚ de zonen van Jan, die aan het hoofd des huizes staan.
     Op het tijdstip dat ons thans bezig houdt (1851-60), was de raffineerderij Meeus frères reeds eene der machtìgste onzer stad ; zij had voor mededingers Gevers frères, Kaasstraat, Jean Gevers et fils, Lepelstraat, Elsen en van Linden, allen langer in den handel dan zij, Le Jeune-Spruyt en de Raffinerie Belge. Die huizen alleen maakten alsdan den broodsuìker ; al de andere raffineerderijen, ten getalle van drie en twintig, vervaardigden enkel kandijsuiker. Eertijds was de fabrikatie van kandijsuiker en van broodsuiker niet gescheiden, allengskens zijn ze van malkander gegaan en het grootste getal der fabrieken raflìneert niet meer dan kandij.
     De Raffineerderíj, na door de wet van 1849 geleden te hebben, verhief zich opnieuw sedert 1853. In 1857 ondergingen de suikers schielijke en aanzienlijke wisselvalligheden van rijzing en daling ; het jaar 1858 was bijzonder voorspoedig. In 1860 vervaardigden de 28 gestichten der stad 28.949.205 kilogr. suiker. De raffineerders kloegen alsdan bitterlijk over het Gouvernement, dat, om het bedrog te beletten, het monopolium behield van den gestooten suiker voor den uitvoer. Het stampen mocht slechts geschieden in eene enkele stapelplaats, onder het toezicht van de bedienden der accijnsen. Sedert een klein getal jaren is het stooten vrij geworden, doch reeds was de uitvoerhandel tot niet gegaan.
wikindx 6.2.0 ©2003-2020 | Total resources: 1310 | Username: -- | Bibliography: WIKINDX Master Bibliography | Style: American Psychological Association (APA) | Database queries: 24 | DB execution: 0.01273 secs | Script execution: 0.08819 secs