| Blondeau, R. A. (1991). Wetenschap in de taal der vlamingen: Vanaf jacob van maerlant tot de stichting van de akademiën. Gand: Reinaert — Het Volk n.v. |
|
| Ajoutée par : Dominique Meeùs 2020-09-30 18:53:20 |
Pop. 0%
|
| Rond de tijd dat Jacob van Maerlant zich te Damme kwam vestigen, kwam er een keerpunt in zijn literaire produktie. Waren zijn oudste werken hoofse ridderromans, waarvoor hij putte uit Franse werken, nu scheen hij genoeg te krijgen van de verzonnen avonturen en van die „scone walsche valsche poeten Die meer rimen dan si weten”. Hij zou voortaan schrijven voor de nuchtere burgerij, die „nutscap ende waer” op prijs stelde. Rond 1270 voltooide hij Der Naturen Bloeme‚ een berijmde encyklopedie in dertien delen met in totaal (de proloog inbegrepen) 16 667 versregels‚ grotendeels naar het Latijnse werk De Natura Rerum van de Brabantse dominikaan Thomas van Cantimpré (onderprior te Leuven)‚ al heeft hij wel meerdere handschriften geraadpleegd. |
| Borges, J. L. (1942). El idioma analítico de john wilkins. In Otras Inquisiciones. |
|
| Dernièrement modifiée par : Dominique Meeùs 2011-01-08 07:47:14 |
Pop. 0%
|
| Esas ambigüedades, redundancias y deficiencias recuerdan las que el doctor Franz Kuhn atribuye a cierta enciclopedia china que se titula Emporio celestial de conocimientos benévolos. En sus remotas páginas está escrito que los animales se dividen en (a) pertenecientes al Emperador, (b) embalsamados, (c) amaestrados, (d) lechones, (e) sirenas, (f) fabulosos, (g) perros sueltos, (h) incluidos en esta clasificación, (i) que se agitan como locos, (j) innumerables, (k) dibujados con un pincel finísimo de pelo de camello, (l) etcétera, (m) que acaban de romper el jarrón, (n) que de lejos parecen moscas. |