Dominique Meeùs

Dernière modification le   

retour à la table des matièresau dossier marxisme

611.
De economische en politieke strijd verbinden

Marx en Engels hebben altijd het dubbele karakter van de vakbonden onderstreept. Ten eerste zijn ze noodzakelijke en onmisbare strijdorganisaties van de arbeidersklasse in de dagelijkse verdedigingsstrijd tegen de kapitalistische uitbuiting. Zij vervullen als dusdanig een essentiële rol in de aaneensluiting van de arbeiders en werkers als klasse. Het is de taak van de vakbond om de werkers een te maken op klassestandpunten. Dit werd door Marx als volgt samengevat: “het opheffen van de onderlinge concurrentie der arbeiders om de kapitalist verenigd te kunnen beconcurreren”.1 Marx en Engels verdedigden deze opvatting tegen hen die het belang van de syndicale strijd en organisatie minachtten, de proudhonisten in Frankrijk en België, de aanhangers van Lassalle in Duitsland.

Tegelijk zijn de vakbonden in de ogen van Marx en Engels scholen voor de revolutie en het socialisme. Zij moeten de arbeidersmassa‘s voorbereiden en vormen om vroeg of laat het kapitalisme als uitbuitingssysteem p. 218omver te werpen. Zij vervullen een belangrijke rol als massaorganisatie om de brede massa’s op te voeden met het oog op de opbouw van een socialistische maatschappij. Dit werd door Marx als volgt samengevat: “Indien de vakbonden, in hun hoedanigheid, onmisbaar zijn voor de schermutselingenoorlog tussen arbeid en kapitaal, dan zijn ze nog belangrijker wat hun laatste eigenschap betreft, namelijk als organen voor omvorming van het systeem van loonarbeid en van kapitalistische dictatuur.”2 Marx en Engels verdedigden deze opvatting tegen het enge trade-unionisme (het Engelse syndicalisme) dat de vakbondsstrijd op zich als enig doel stelde, en weigerde de syndicale beweging te situeren in het globale kader van de politieke strijd voor de revolutie en het socialisme. Zoals aangetoond, is dit ook op een bepaalde manier het geval voor het anarchosyndicalisme.

In de marxistische visie moet de strijd tegen uitbuiting en onderdrukking onverbrekelijk verbonden worden met de strijd voor de definitieve uitschakeling van het kapitalisme. In deze optiek is de vakbond een scholingsorgaan voor de brede massa, die op massaschaal het inzicht bijbrengt dat de definitieve vernietiging van het systeem noodzakelijk is.

De maatschappij waarin we leven wordt nog altijd gekenmerkt door onverzoenlijke klassentegenstellingen, door kapitalistische uitbuiting en onderdrukking. Het strijdsyndicalisme moet de dubbele functie van de vakbond hernemen: de verdediging van de klassebelangen van de massa in haar onverzoenlijke strijd tegen het kapitaal, in het perspectief van de vernietiging van het kapitalisme en de opbouw van het socialisme. De arbeidersklasse verwerft slechts een echt klassebewustzijn als zij denkt vanuit deze historische taken als klasse. Het strijdsyndicalisme moet daarom de economische en de politieke strijd zo intens mogelijk verweven. Praktisch betekent dit ten eerste dat de aandacht gericht moet worden op economische ordewoorden die het wezen van het systeem in vraag stellen. De onteigening van het hele grootkapitaal blijft hierbij het uiteindelijke doel. Er is geen socialisme denkbaar zonder de overgang van de productiemiddelen in collectief bezit. In elke strijdbeweging moet dit op aangepaste vorm onder de aandacht van de massa gebracht worden zodat op langere termijn de krachtsverhoudingen geschapen kunnen worden om dit ordewoord te realiseren.

Ten tweede betekent dit, dat de democratische en politieke ordewoorden, die het klassekarakter van de kapitalistische staat blootleggen, de volle aandacht moeten krijgen. (Zie 62.) Hier manifesteert zich het onderscheid tussen revolutionair syndicalisme en strijdsyndicalisme. Voor revolutionairen is het kapitalistische staatsapparaat een instrument van klassedictatuur, het instrument waarlangs de heersende klasse haar wil oplegt. De onteigening van het grootkapitaal loopt daarom onvermijdelijk uit op een confrontatie met de gewapende staatsmacht Om een socialistische staat op te bouwen, moet de kern van dit apparaat, dat gekneed is door de burgerij om haar belangen te verdedigen, vernietigd worden. Strijdsyndicalisten zien dit niet noodzakelijk op die manier of spreken zich daar p. 219niet over uit. Zij ervaren daarom niet minder het repressieve klassekarakter van de huidige staat en zullen even vastberaden opkomen voor radicaal democratische ordewoorden.

Notes
1.
Marx, De armoede van de filosofie (1847), www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1847/armoede/2e.htm.
2.
Karl Marx, “6. Trades’ unions. Their past, present and future” in Instructions for the delegates of the Provisional General Council. The different questions (1866) (voorbereiding van het congres van 1866 in Genève van de Internationale Arbeiders-Associatie, de Eerste Internationale), MECW, vol. 20, p. 191.