Dominique Meeùs
Dernière modification le   
retour à la table des matièresau dossier marxisme

346.
Drie dimensies

Up: 34. Proletarisch internationalisme Previous: 345. De kansen grijpen

Het internationale vakbondswerk kan versterkt worden op drie niveaus: door een uitbouw van internationale contacten aan de basis, door het afdwingen van faciliteiten voor internationale contacten vanwege het patronaat, door versterking van de internationale vakbondsstructuren. Het eerste niveau is het belangrijkste. Om de contacten aan de basis beter uit te bouwen komt het strijdsyndicalisme op voor precieze eisen tegenover de transnationals en voor een correcte versterking van de internationale vakbondsstructuren.

1o De uitbouw van internationale solidariteit moet in de eerste plaats p. 164gebeuren door rechtstreekse contacten aan de basis. Zij kan verschillende vormen aannemen. Van internationale communicatie- en informatiekanalen tot weerstandsfronten op sectorieel vlak. Een sector zoals de automobiel wordt gedomineerd door enkele tientallen groepen, die bijna op alle continenten vertegenwoordigd zijn. De flexibiliteitsstrategie is in alle groepen, over heel de wereld dezelfde. Het patronaat organiseert de concurrentie om op de zwakste plek door te breken en daarna over de hele wereld de doorbraak te veralgemenen. Opel-Bochum tegen GM-Antwerpen, Ford-Genk tegen Dagenham, Renault-België tegen Renault-Frankrijk, VW-Spanje tegen VW-Mexico. Een internationale tegenstrategie kan maar tot stand komen door internationaal contact, om te komen tot gezamenlijk verzet en uiteindelijk tot doorbraken waaraan alle arbeiders zich kunnen optrekken.

Op dezelfde wijze is de beste manier om tot solidariteit te bewegen met de strijd van de volkeren, het rechtstreekse contact met de realiteit van de derde wereld, de verbroedering met progressieve vakbonden uit de derde wereld, het luisteren naar vertegenwoordigers of militanten van de bevrijdingsbeweging. Bezoeken van syndicalisten uit de derde wereld, syndicale studiereizen, werkbrigades en opzetten van solidariteitsprojecten zijn hiertoe uitstekende middelen.

2o Eisen tegenover transnationals.

Naast delegaties per filiaal zou een internationale syndicale delegatie moeten kunnen optreden tegenover elke transnational, zodat gezamenlijke strijdbewegingen opgezet kunnen worden De informatieverwerving over de transnationals moet drastisch verbeterd worden Dit kan door minstens een jaarlijkse gezamenlijke ondernemingsraad per transnational, door verplichte openbaarheid van de boekhouding (waartoe de Vredeling-richtlijn een minimum aanloop kan zijn), door verplichte en tijdige bekendmaking van alle patronale plannen waar ook ter wereld zodra zij een weerslag hebben op andere filialen

Het patronaat investeert kolossale sommen voor communicatie. De syndicale communicatie met filialen overal ter wereld moet op kosten van het patronaat uitgebouwd kunnen worden. Daartoe moet de transnationale groep in elk filiaal een ‘solidariteitspenning’ ten bedrage van l % van de toegevoegde waarde toekennen voor de uitbouw van de syndicale werking op internationaal vlak.

Transnationals die miljarden staatssteun opstrijken en profiteren van belastingvrijstellingen moeten verplicht worden tot schadeloosstelling van de werkers wanneer zij hun tewerkstellingsbeloftes niet houden. Dit is waarvoor de arbeidsters van Concord Lighting bij Charleroi sinds 1988 een juridisch gevecht blijven voeren, nadat ze het gevecht tegen de sluiting hadden verloren.

3o Werking naar de structuren. De vakbondsleiding moet middelen ter beschikking stellen en praktische initiatieven stimuleren om internationale ontmoetingen te organiseren. Het is niet langer denkbaar dat zelfs binnen p. 165Europa geen automatisch solidariteitsnetwerk werkzaam is. De syndicale beweging zou veel meer gebaat zijn bij een ‘Solidariteitscharter’ dan bij het ‘Sociaal charter’ van de Europese commissie. Dit Europese strijdcharter kan als volgt luiden: “Tegenover de sociale dumping, verbinden wij ons tot wederzijdse steun in de strijd tegen het internationale patronaat, door:

— elke transfer van productie te weigeren die gebeurt om reden van sociale dumping;

— elke transfer van productie te verhinderen bij staking of acties in verbonden filialen;

— onmiddellijk internationale délégué-bijeenkomsten te beleggen bij conflicten met het patronaat;

— te werken naar solidariteitsstakingen met de meest vooruitgeschoven strijdbewegingen in de sector;

— klaar te staan om elke gecoördineerde Europese actie voor precieze eisen te ondersteunen.”

De meest strijdbare Europese vakbond, de CGT, moet het onvoorwaardelijk recht hebben om toe te treden tot het Europese Vakverbond.

Up: 34. Proletarisch internationalisme Previous: 345. De kansen grijpen