Dominique Meeùs
Dernière modification le   
retour à la table des matièresau dossier marxisme

313.
Waarom nu?

Up: 31. Concentratie en centralisering op internationaal vlak Previous: 312. De kapitaalcyclus Next: 314. De globale economie

Verschillende factoren liggen aan de basis van deze nieuwe vlucht van de internationalisering.

1o Vooreerst zijn er de nieuwe krachtsverhoudingen op wereldvlak. (Zie ook 114.) De periode van onbetwiste Amerikaanse suprematie is voorbij. Op economisch en financieel vlak wordt de VS bij gebeend en regelmatig voorbijgestoken door Japan en door Europa. De VS is van grootste kapitaaluitvoerder tot grootste kapitaalinvoerder geworden op wereldvlak en van grootste schuldeiser tot grootste schuldenaar. Tegenover het handelstekort (rond de 150 miljard dollar) van de VS staan de handelsoverschotten van Japan en Duitsland. Op technologisch gebied heeft de VS haar grote voorsprong op vele gebieden moeten prijsgeven. En in het zog van de Japanse handelssuccessen kennen nu ook de Japanse buitenlandse investeringen in de VS en Europa een grote vlucht. De Amerikaanse monopolies p. 135stoten overal ter wereld op evenwaardige rivalen, wat de intensiteit van het wereldgevecht op de markten van de ‘Triade’ (Europa-Japan-VS) vergroot. De strijd tussen die machten is ook intenser geworden door objectieve ontwikkelingen die het kapitalistisch accumulatieproces grondig dooreenschudden: de crisis en de explosie van de productiekrachten.

De verhouding tussen crisis, nieuwe technologie en internationalisering kan op de volgende manier worden samengevat:

2o De crisis leidt tot verscherpte concurrentie op de afzetmarkten. Er is overproductie en schrijnende overcapaciteit van het machinepark. Een geografische uitbreiding van de afzetmarkten was tot voor de ineenstorting van de Oost-Europese regimes uitgesloten. De hele wereld was verdeeld in invloedssferen, de derdewereldlanden bieden geen enkel perspectief als ‘nieuwe’ afzetmarkt. Ondanks enkele plaatselijke nieuwe groeizones is de globale koopkracht van de derde wereld sterk aangetast door de crisis, het protectionisme van de rijke landen, de ineenstorting van de grondstofprijzen en de zware aderlatingen van de schuldenlast. In die situatie neemt de concurrentie onder de monopolies een bijzondere vorm aan: er kunnen alleen markten worden veroverd ten koste van de concurrentie. In het gevecht voor het veroveren van elkaars afzetmarkten is de directe aanwezigheid ter plaatse, met bedrijven en distributienetten een vitale kwestie, net als het drukken van de productiekost door de keuze van de meest voordelige productieplaatsen, door schaalvergroting en door uitbouw van systemen van onderaanneming (soms op wereldschaal). Men spreekt over ‘mondiale concurrentie’, over een ‘mondiale markt’ en ‘globale productie’.

3o De nieuwe technologie stuwt op twee manieren de internationalisering vooruit.

* Vooreerst schept ze technologisch nieuwe mogelijkheden en breekt ze materiële belemmeringen af die tot nu toe de internationalisering afremden. Dit is het duidelijkst in de stormachtige ontwikkeling van de telematica (de combinatie van telecommunicatie en informatica). Er worden informatienetwerken gesponnen die een strategische coördinatie over de hele wereld vergemakkelijken. De mobiliteit van het kapitaal wordt er geweldig door verhoogd. Met de nieuwste systemen worden complexe productieprocessen, bevoorradingssystemen en financiële constructies gecoördineerd op wereldvlak en dit zonder tijdsverloop (in real time).

* Ten tweede, is de internationalisering een noodzaak om de nieuwe technologie rendabel uit te baten. De nieuwe technologieën zijn de meest beloftevolle sectoren voor het kapitaal, zowel wat betreft marktomvang als wat betreft winstvoet. Maar er zijn drie grote barrières, die alleen door grotere internationalisering te nemen zijn.

p. 136

1o Kapitaalbarrières. Hoogtechnologische sectoren vergen reusachtige investeringen voor onderzoek en ontwikkeling. Internationale schaalvergroting, samenwerkingsakkoorden, buitenlandse overnames en supranationale blokvorming worden door de kapitaalgroepen steeds scherper als een noodzaak aangevoeld.

2o Technologische barrières. De concurrentie wordt vooral op technologisch vlak uitgevochten. Samenwerking op internationaal vlak, fusies of overnames zijn dikwijls een noodzaak om monopolieposities op een deelmarkt uit te bouwen of op een gespecialiseerd terrein door te dringen.

3o Marktbarrières. Er moet een voldoende grote markt zijn om de ingezette kapitalen snel te recupereren. De producten hebben een steeds kortere levensduur, zijn snel verouderd. Het model van ‘eerst de binnenlandse markt veroveren en daarna naar het buitenland’ is voorbijgestreefd. De thuismarkten zijn de thuisfronten van een gevecht dat ineens op het front van de wereldmarkten wordt gestreden. Ook dat drijft hen tot internationale investeringen, allianties en overnameraids.

De wetenschappelijke en technische revolutie dwingt op die wijze tot doorgedreven internationalisering. Het is een ontwikkelingsvereiste van de moderne technologie en de productiekrachten.

Up: 31. Concentratie en centralisering op internationaal vlak Previous: 312. De kapitaalcyclus Next: 314. De globale economie