Dominique Meeùs
Dernière modification le   
retour à la table des matièresau dossier marxisme

237.
De syndicale opstelling en tactiek tegenover het PM

Up: 23. Vakbond en nieuwe technologie Previous: 236. De positieve flexibiliteit en de positieve kwaliteitszorg

Op enkele maanden tijd hebben zowat alle nationale vakbondsinstanties besloten tot medewerking aan het participatief management. De ene met enthousiasme: “We zullen positief meewerken aan initiatieven tot werkoverleg” (ACV-congres), “We zullen ze op een verstandige manier gebruiken” (VLIG-congres). De andere met veel reserves: “Door een conflictueuze participatie herbevestigen we onze trouw aan een socialistische maatschappijvisie en vrijwaren wij onze conflictueuze benadering van de sociale betrekkingen” (CMB-congres).

Waarom hebben zelfs diegenen die zich werkelijk zorgen maken over de gevolgen van het PM, zich vrijwel zonder slag of stoot tot medewerking laten bewegen? Overal horen en lezen we dezelfde argumenten:

1o We zijn verplicht tot medewerking anders worden we buitenspel gezet. “Tegenover het PM zullen wij tussen twee klippen moeten varen: buiten spel geplaatst en uitgesloten worden enerzijds, en anderzijds het risico, dat steeds reëel is, van een inschakeling in een bedrijfscultuur.” (CMB-congres)

Deze defensieve redenering steunt op een verkeerde beoordeling van de krachtsverhoudingen. De patroons hebben de medewerking van de vakbondsleiders én de délégués broodnodig om hun bedrijfscorporatisme uit te bouwen. (Zie 227.)

2o “De arbeiders willen het.” Op een merkwaardig gelijklopende manier wordt zowel op ACV- als ABVV-congressen plots de ‘nieuwe arbeider’ ontdekt, de arbeider die uit is op individuele vrijheid en ontplooiing en daarom aangetrokken wordt door flexibiliteit en participatief management. “Een zeer duidelijke tendens tot meer individualisme tekent zich af als een niet te verwaarlozen element in deze problematiek.” — “Zo wij niet willen dat een gedeelte van onze leden ons de rug toekeert, zullen we dus op zeker moeten spelen …” (CMB-congres) Dit laat toe om de eigen capitulatie volledig op de schouders van de ‘nieuwe arbeider’ te laden. ‘Op welke ‘arbeiders’ vraagt men zich hierbij af‘? Heeft de vakbond dan geen enkele collectief opvoedende en beschermende taak meer? De p. 117echte breuk met de arbeiders dreigt vanuit een andere hoek: de breuk met de arbeidersbelangen door een toenemende integratie van de vakbondsvertegenwoordigers in een patronaal stramien.

3o De idee van een tegenoffensief op het vlak van de ‘kwaliteit’ werd gelanceerd door de CMB-Luik. Vermits het patronaat kwaliteit wil, laten we onze kwaliteitseisen ertegenover stellen. Kwaliteit van het werk is lager ritme hogere veiligheid, betere informatie, hogere lonen, beter beheer, enz.22 Waarop het patronaat natuurlijk zal antwoorden: dit is allemaal bespreekbaar binnen het kader van onze kwaliteitszorg en -cirkels. Daardoor wordt de zaak bespreekbaar, de patroons pikken er wel uit wat hen interesseert. Een tegenoffensief op het vlak van de kwaliteit moet beginnen met het afwijzen van de patronale initiatieven ter zake.

Samengevat kunnen we stellen dat de eerste doctrinaire aanpassingen met veel verbale voorzorgen worden ingekleed (wellicht om de tegenstanders te sussen). In de praktijk capituleren vele vakbondsleiders voor het patronale ‘participatie’-offensief. Sommigen met enthousiasme.

Notes
22.
Geciteerd in “Qualité Totale”, Bulletin de la Fondation André Renard, nr. 180/1989, p. 42.
Up: 23. Vakbond en nieuwe technologie Previous: 236. De positieve flexibiliteit en de positieve kwaliteitszorg