Dominique Meeùs

Dernière modification le   

retour à la table des matièresau dossier marxisme

022.
De internationale sociaaldemocratie schuift mee op naar rechts

De sociaaldemocratie heeft sinds de jaren 30 de theorieën van de burgerlijke economist Keynes als theoretisch houvast aangenomen. Volgens Keynes neigt het systeem niet automatisch naar een evenwicht, maar moet het bijgestuurd worden door staatstussenkomst. Door een efficiënte staatsingreep kunnen zware crisissen worden vermeden.

Zoals de crisis van de jaren 30 een zware klap betekende voor de klassieke liberale denkbeelden, zo krijgen de theorieën van Keynes een zware klap door de crisis van de jaren 70. Het failliet van een ‘gepland, gecontroleerd kapitalisme met staatsregulering’ dwingt de sociaaldemocratie in het defensief tegenover de agressieve verdedigers van de vrije markt. Ze zoeken wanhopig naar een nieuw keynesiaans recept voor een welvarend kapitalisme en vinden het niet. Aangezien de sociaaldemocratie zich sinds lang verzoend heeft met de markteconomie en zijn grondvesten (het privébezit van de productiemiddelen) kan haar ‘alternatief’ niet voorbij aan de patronale klachten. De sleutelwoorden van de socialistische alternatieven zijn: ‘verdediging van de concurrentiepositie’, ‘vernieuwd industrieel beleid’ en ‘selectieve relance’. De concurrentiepositie kan alleen hersteld worden door een imitatie van het liberale beleid en laat zeker geen ruimte voor enige maatregel tegen de holdings, de banken en de monopolies. Ook de Belgische tenoren laten hierover niet de minste twijfel bestaan. Volgens Willy Claes “is het een foutieve legende dat de socialisten geen begrip kunnen opbrengen voor de rol van de bedrijven en het belang van hun concurrentievermogen”.11 Dat zal hij trouwens bewijzen zodra hij terug minister van Economische Zaken wordt, door als eerste maatregel de ‘wet ter vrijwaring van de concurrentiepositie’ te laten stemmen, die de regering volmacht geeft om in de lonen in te grijpen (1989). En ook Guy Spitaels heeft geen enkel probleem met de massale inkomensoverdracht naar de bedrijven die door de Martens V regering tot stand werd gebracht: “De voorzitter van de PS is niet beschaamd te stellen dat hij geenszins kritiseert dat de bedrijven geld zat hebben. Ik geef toe dat hun bloei een noodzakelijke voorwaarde is voor de voorspoed van het land.”12

Om de negatieve invloed van de inkomenspolitiek te verzachten, stelt de sociaaldemocratie de ‘selectieve relance’ voor. Deze aanwakkering van de investeringen langs staatsbestellingen en staatssteun botst dan weer met de toestand van de schatkist. Zodra de sociaaldemocratie in de regering komt heeft ze de keus: ofwel haar beloftes laten vallen, ofwel p. 15geld zoeken om ze te realiseren, door nog harder te snoeien in de sociale staatsuitgaven. Om deze politiek te voeren rekent de sociaaldemocratie op de sociale consensus. En dat is wellicht het enige waarin ze zich nog wezenlijk onderscheidt van de liberale tegenvoeters. Haar sterkste handelsmerk is dat ze beter de sociale vrede kan verzekeren dan de liberalen. Dat heeft ze in elk geval gedurende de hele oppositiekuur (1981-1988) proberen duidelijk te maken, door de syndicale beweging zoveel mogelijk af te remmen in haar verzet tegen de regeringspolitiek. Ook dat is nieuw. Een historische les ongetwijfeld uit ’60-’61; in de maanden vooraf voerde de BSP toen een harde agitatiecampagne vanuit de oppositie. Na de staking voerde de BSP als regeringspartij praktisch alle maatregelen van de Eenheidswet uit, wat haar later zwaar zou opbreken onder haar arbeiderskiezers. Dit risico wilden SP en PS dit keer niet lopen. Aan ieder die het horen wilde, waarschuwde Spitaels: “Er is plaats voor een andere politiek, maar niet voor een verschil van dag en nacht.”13 “Wij moeten inderdaad het risico op een fameuze kater bij onze basis, zoals in Frankrijk, na het aan de macht komen van Mitterrand, op voorhand in onze tactiek inbouwen”, valt Willy Claes hem bij.14

Notes
11.
Toespraak op SP-congres in Gent, 23 juni 1985.
12.
Parlementaire Handelingen, Senaat, 10 december 1985, p. 202.
13.
Toespraak PS-congres, 16 februari 1985, p. 5.
14.
Knack, 15 juni 1985.