Dominique Meeùs
Dernière modification le   
Bibliographie : table des matières, index des notions — Retour à la page personnelle
Auteurs : A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K, L, M, N, O, P, Q, R, S, T, U, V, W, X, Y, Z,
Auteur-œuvres : A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K, L, M, N, O, P, Q, R, S, T, U, V, W, X, Y, Z,

Siggie Vertommen en Camille Barbagallo, “Baas over eigen buik?”, 14 april 2017

Sigrid “Siggie” Vertommen et Camille Barbagallo , Baas over eigen buik? , Lava, nr. 2, 2017, https://lavamedia.be/baas-over-eigen-buik/.
Gebaseerd op Camille Barbagallo en Siggie Vertommen, “The Invisible Wombs of the Market: Waged and Unwaged Reproductive Labour Under Capitalism”, niet gepubliceerde communicatie voor de Historical Materialism Conference, Londen, november 2016.

… allerlei andere, vaak onzichtbare en onbetaalde vormen van reproductieve arbeid in verband met moeder- en ouderschap, kinderverzorging, het huishouden, de ouderenzorg, seks en partnerschap …

Vandaar het belang van een feministisch-marxistisch kader dat ‘reproductieve’ arbeid ziet als de veelzijdige activiteit die nodig is om de arbeidskracht, waar het kapitalisme zijn meerwaarde uit puurt, te reproduceren. Draagmoederschap hoort daarbij.

Vanuit een kritische analyse van recente debatten over commercieel en altruïstisch draagmoederschap houden we een warm pleidooi voor een nieuwe reproductieve politiek waarin vrouwen baas over eigen buik zijn. Daarbij proberen we de muur die wordt opgeworpen tussen productie en reproductie, tussen betaalde en onbetaalde arbeid, tussen privé en publiek en tussen biologie en samenleving, te slopen.

Wat houdt reproductieve arbeid of sociale reproductie precies in? Sinds kort bestaat er een hernieuwde interesse in het werk/activisme van marxistisch geïnspireerde feministen als Silvia Federici, Mariarosa Dallacosta en Selma James rond ‘sociale reproductie’. Initieel doelden Federici en co op het onbetaalde werk dat vooral vrouwen thuis op zich nemen in het huishouden, in het huwelijk en bij de opvoeding van de kinderen. Door al deze noodzakelijke maar ondergewaardeerde taken, activiteiten en relaties te omschrijven als ‘arbeid’ wilden Federici en co ze in de eerste plaats zichtbaar maken om ze te kunnen aanvechten als “de natuurlijke gang van zaken”. Volgens hen is er immers niets natuurlijks of heiligs aan de manier waarop we ons voortplanten onder het kapitalisme. In tweede instantie wilden ze al die onbezoldigde reproductieve arbeid ook valoriseren door er een loon voor te vragen, de befaamde wages against housework.

Sinds de neoliberale turn van de jaren zeventig verwijst de term ‘sociale reproductie’ niet alleen meer naar de onbetaalde, maar evenzeer naar de betaalde vormen van reproductieve arbeid die vrouwen op zich nemen als reproducenten van de beroepsbevolking. Ook wordt daarbij gedacht aan de vrouwen die zorg dragen voor de kinderen van de elites en de middenklassers, hun huizen poetsen, hun eten klaarmaken, hun kleren opvouwen, hun honden uitlaten, hun seksuele noden bevredigen en sinds kort dus ook hun baby’s ‘assembleren’ via eiceldonaties en draagmoederschap. Vandaar het pleidooi de debatten over de rol van sociale reproductie in het kapitalisme uit te breiden naar alle arbeid die schuilgaat achter biologische processen van reproductie. Daarbij gaat het zowel over de betaalde als over de onbetaalde vormen van reproductieve arbeid die nodig zijn bij conceptie, zwangerschap en geboorte.