Dominique Meeùs
Dernière modification le
Bibliographie :
table des matières,
index des notions —
Retour à la page personnelle
Auteurs : A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K, L, M, N, O, P, Q, R, S, T, U, V, W, X, Y, Z,
Auteur-œuvres : A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K, L, M, N, O, P, Q, R, S, T, U, V, W, X, Y, Z,
Als er een radicale stroming onder de ayatollahs ontstaat en Khomeini in Parijs een omwenteling voorbereidt, komt de Iraanse samenleving zoals Aga Djan die kent onder druk te staan. Vrienden worden vijanden. Liefde wordt haat. Zelfs Aga Djan kan het tij niet keren.
Le 21 septembre 2024, on parle de Kader Abdolah dans De Standaard. Je me demande qui il est et je découvre que lors de la Boekenweek de 2007, Het huis van de moskee a été proclamé deuxième plus grand livre en néerlandais, après De ontdekking van de Hemel de Harry Mulisch1. Je ne suis pas peu fier, comme francophone, d’avoir lu De ontdekking van de Hemel, jusqu’au bout de ses 900 pages de mystère et d’érudition. Je ne pouvais faire moins que de lire le deuxième plus grand livre en néerlandais. J’ai couru l’acheter.
Je ne suis pas bon pour faire la recension d’une œuvre littéraire. C’est un livre merveilleux (au sens fort, au sens propre du mot). Je ne puis que vous engager à le lire. Tout ce que je peux faire, c’est copier quelques passages qui m’ont ému. (Quelques, ça veut dire une partie, bien sûr. Je ne pourrais pas les copier tous.)
Achthonderd jaar geleden, toen het huis gebouwd werd, had de architect die kamer [de koepelkamer] speciaal voor de imam van de moskee gemaakt. De zon speelde er een mooi spel met de schaduwen totdat de schemer viel. Eerst viel alleen de schaduw van de koepel op de muur, iets later zag je ook de silhouetten van de minaretten en weer later verdween de koepel en bleven alleen de minaretten over.
De laatste tijd ging Aga Djan vaker naar de rivier en hij wandelde in het donker langs het water. Hij herinnerde zich de woorden van zijn vader.
‘Als je soms verdrietig bent, loop langs de rivier. Praat met de rivier. Hij neemt je verdriet mee.’
‘Ik wil niet klagen, maar ik voel een steen in mijn keel’, zei Aga Djan tegen de rivier.
Zijn ogen brandden, een traan liep over zijn wang en viel op de grond. De rivier pakte de traan, nam hem stil in het donker mee en liet het niemand weten.